free templates joomla

Pre-psychiatrische zorg voor de geesteszieken

attention open in a new window AfdrukkenE-mail

In de Middeleeuwen beschouwt men waanzin niet als een ziekte op zich. Men schrijft de ziekte toe aan een te grote aanwezigheid van één der lichaamssappen en beschouwt ze dus als een somatische ziekte.

Of de krankzinnige is bezeten door de duivel of een boze geest en dus niet ziek. Of de geesteszieke is gewoon onnozel of zot. De nar of zot is een algemeen maatschappelijk verschijnsel in de Middeleeuwen en een belangrijk thema in de volkscultuur. Het schilderij Het Narrenschip (1490-1500) van Jeroen Bosch toont hoe krankzinnigen verbannen werden op een schip.
Vaak is het de familie die de zorg voor de geesteszieke op zich neemt, zolang deze niet te veel overlast berokkent. De kwaliteit van deze familiale zorg is echter zeer twijfelachtig.


Rond 1200 ontstaat de stedelijke zorg onder de vorm van gasthuizen. Deze zijn vooral bedoeld voor de arme zieken. Men maakt een onderscheid tussen zieken en arme bejaarden enerzijds en dollen (krankzinnigen) en lijders aan lepra en andere besmettelijke ziekten anderzijds. Voor de dollen maakt men aparte dolhuisjes. Dit zijn een soort verplaatsbare isoleerkamers voor mensen die tijdelijk afgezonderd moeten worden zoals zware dronkaards, nachtverstoorders en onrustzaaiers. Daarnaast richt men echte dolhuizen op voor agressieve krankzinnigen. Het oudste in Europa is Sint-Jan-ten-Dullen of Sint-Jan-in-de-Olie in Gent, opgericht in 1191.

Belangrijk is de kerkelijke en kloosterlijke zorg. In de abdijen staat men aanvankelijk nogal weigerachtig tegenover het opnemen van geesteszieken, omdat men vreest daardoor de duivel binnen de muren te nemen. In de 13de eeuw komt de armoedebeweging op gang, als reactie tegen het georganiseerde religieuze leven van de benedictijnen en de cisterciënzers. Er ontstaan bedelorden waarvan de bekendste wel de dominicanen en de franciscanen zijn. Verschillende religieuze ordes beschouwen van dan af de zorg voor de geesteszieken als één van hun taken. Heiligen als St. Joannes de Deo en St. Vincentius a Paulo hebben een grote invloed gehad op de caritas in het algemeen en op de zorg voor geesteszieken in het bijzonder.

Joannes belandt na een bewogen leven in de krankzinnigenafdeling van het gasthuis in Granada en opent er na zijn ontslag een huis voor arme zieken. Zijn voorbeeld krijgt navolging wat resulteert in het ontstaan van de orde van de Broeders van Joannes de Deo. Vincentius a Paulo zet zich in voor de minstbedeelden en is de mede-oprichter van de Dochters van Liefde. Tot aan de Franse revolutie is in Vlaanderen een groot deel van de armenzorg én de zorg voor de krankzinnigen in handen van de Kerk.

FaLang translation system by Faboba