copyright Museum Dr. Guislain

Waarom het Museum Dr. Guislain

Een groot gebrek aan toegankelijkheid van kennis en informatie omtrent de geestesziekenzorg in het algemeen en de psychiatrie in het bijzonder, vormde in 1986 de belangrijkste reden om een museum over de geschiedenis van de psychiatrie te maken. Begin jaren tachtig was Br. dr. René Stockman, huidig conservator van het museum en Generaal Overste van de Broeders Van Liefde, algemeen directeur van het psychiatrisch centrum Dr. Guislain. Hij zag de grote waarde in van zowel het gebouw zelf als de oude objecten die er werden bewaard. Er was op dat moment veel weerstand tegen het tonen van dat erfgoed, zeker bij mensen die werkten in de mentale zorgverlening: de schaamte om het eigen verleden was zo sterk dat er een soort taboe leefde tegen de eigen geschiedenis. Deze obstakels sterkten het museum om van start te gaan.

Het Museum Dr. Guislain onderschrijft ten volle de ICOM-definitie van het museum als: 'een instelling ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling, niet gericht op het maken van winst, die de getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, registreert, documenteert en wetenschappelijk onderzoekt, behoudt en presenteert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.'

Maar er is meer. Vooroordelen met betrekking tot de psychiatrie-praktijk hebben niet enkel een weerslag op de wijze waarop de maatschappij deze tak van de gezondheidszorg organiseert, ze kunnen ook zeer ingrijpend zijn voor het concrete individu met een mentale stoornis dat nog al te vaak in deze vooroordelen een bijkomende belemmering aantreft om zo autonoom en geïntegreerd mogelijk een plaats en een zin te vinden in de samenleving waar hij als ieder ander deel van uitmaakt.

In het bijzonder hoopt het museum te duiden dat het concept ‘waanzin’ of ‘psychiatrische stoornis’, nooit uitsluitend medisch geladen is. Het houdt steeds een element van sociaal-culturele en ideologische constructie in. Precies die laatste aspecten kunnen onze houding tegenover geestesziekte indringend bepalen. De manier waarop de psychiatrie als onderdeel van de westerse geneeskunde, in samenspel met de rest van de samenleving, de mens benadert, is sterk bepalend zowel voor de inzichten die zij verwerft en de impasses waarvoor zij zich geplaatst ziet, als voor de wijze waarop de geproduceerde kennis vertaald wordt in maatschappelijke initiatieven. De verstrekte kennis is tegelijk een uitnodiging aan u, onze bezoeker, om uw algemeen mensbeeld te verdiepen en te verrijken.

Hoewel de thematiek van het Museum Dr. Guislain in de loop der jaren breder werd dan louter de geschiedenis van de psychiatrie bleef het uitgangspunt bij tentoonstellingen en andere activiteiten steeds het in vraag stellen van het onderscheid normaal/abnormaal.

Het oude Guislaingesticht

Petrus Jozef Triest (1760-1836) sticht in het begin van de negentiende eeuw de congregaties van de Zusters van Liefde en van Broeders van Liefde, en later ook de orde van de Broeders Sint-Jan-De-Deo en de Zusters Kindsheid Jesu. Met de Zusters en de Broeders van Liefde slaagt hij erin de mensonterende situatie in de toenmalige Gentse krankzinnigengestichten Hospice n°8 en het Geraard de Duivelsteen ingrijpend te wijzigen. Hij benoemt in dat opzicht de jonge geneesheer Joseph Guislain (1797-1860), die met zijn vooruitstrevende en bekroonde studies naam had gemaakt, tot hoofdgeneesheer van de beide Gentse krankzinnigengestichten. Daarmee start een vruchtbare samenwerking tussen de twee pioniers van de psychiatrische zorg in België: Triest die vanuit religieuze  motieven en met een sterke naastenliefde de zorg aanvangt en Guislain die deze verrijkt en vervolledigt met zijn wetenschappelijk-therapeutische benadering. Een eerste resultaat van hun samenwerking is een intern reglement voor de instellingen. Het is het eerste in zijn soort en bepaalt hoe op een menswaardige en therapeutisch verantwoorde wijze met de zieken moet worden omgegaan. De morele behandeling doet daarmee zijn intrede in de Nederlanden. Krankzinnigen worden beschouwd als zieken, het reglement pleit voor zo weinig mogelijk geweld en schrijft ook arbeidstherapie voor. Diezelfde uitganspunten vormen de basis voor de wet op de krankzinnigenzorg die Guislain met Edouard Ducpétiaux in 1850 opstelt (en tot 1991 het wettelijk kader zal blijven uitmaken). Ook in het ontwerp voor het nieuwe krankzinnigenhospitaal krijgen de therapeutische beginselen van Guislain, deze keer in samenwerking met de Gentse stadsarchitect Adolphe Pauli, een architecturale vertaling.

Van ziekenhuis naar museum

Begin jaren 1980 was Br. dr. René Stockman, huidig conservator van het museum en Generaal Overste van de Broeders Van Liefde, algemeen directeur van het psychiatrisch centrum Dr. Guislain. Hij zag de grote waarde in van zowel het gebouw zelf als de oude objecten die er werden bewaard.

De huidige museumcollectie ontstond uit een kleine 'kernverzameling' die ouder is dan het eigenlijke museum. Een aantal oude voorwerpen werd binnen de muren van het Guislainziekenhuis bewaard en bij bepaalde gelegenheden als opendeurdagen tentoongesteld. Vooral een collectie eind 18°- vroeg 19°-eeuwse dwangmiddelen gebruikt in het Gentse dulhuis voor mannen, was daarbij een blikvanger. Uit de reacties op dergelijke tijdelijke initiatieven bleek zowel een grote onwetendheid over als een even grote nieuwsgierigheid naar het verleden van de geestesziekenzorg in het algemeen en de psychiatrie in het bijzonder. Met de oprichting van het Museum Dr. Guislain in 1986 kreeg deze collectie een permanente opstelling.

Het Museum Dr. Guislain is een realisatie van de Broeders van Liefde.

De geschiedenis van het museum

download pdf

Meer over het Guislaingesticht

download pdf