Onze collectie

Museum Dr. Guislain beheert een omvangrijke en tegelijk gevarieerde collectie van internationaal belang. Ze bestaat onder meer uit medisch materiaal, boeken, fotografie, kunst en religieus materiaal. Op het vlak van de geschiedenis van de psychiatrie, documenteert ze niet alleen de lokale, Gentse geschiedenis, maar geeft ook de algemene internationale tendensen weer. Op het vlak van kunst heeft de collectie een uitgesproken karakter.

De kerncollectie bestaat uit 4 sub-collecties: Instellingsleven, Ideeën, Onderzoek en Therapie: Persoonlijk Verhaal en ten slotte Kunst.

Fotografie is sinds het ontstaan van de collectie van het Museum Dr. Guislain een cruciaal onderdeel, zoals de prachtige fotoreeksen uit 1887 en 1930, die het gebouw, de patiënten en de activiteiten in het ziekenhuis documenteerden. In de loop der jaren kwamen er belangrijke verwervingen bij, zoals een kleine reeks stereokaarten uit de periode 1860-1865, de oudste gekende afbeeldingen van het Hospice Guislain. Even opvallend is de uitgebreide reeks van broeder Ebergist De Deyne over zwakzinnige kinderen uit het St-Jozefinstituut. Van bij de opening van het gebouw tot rond 1900 was de Kinderkoer (voorloper van het St-Jozefinstituut) in het PC Dr. Guislain gehuisvest.

Het museum gaf in de loop der jaren opdrachten aan fotografen om in huis (of in Gent) het instellingsleven of de lokale geschiedenis van de psychiatrische zorg vast te leggen, zoals aan Stephan Vanfleteren, Lieve Blancquaert, Michiel Hendryckx en Michiel De Cleene. Recent maakte Karin Borghouts voor het museum enkele nieuwe foto’s van het monument.

Andere interessante reeksen over het instellingsleven in andere psychiatrische ziekenhuizen werden aangekocht (Tim Dirven) of geschonken (Peter Granser). Maar ook vanuit het P.C. Dr. Guislain (of andere Vlaamse instellingen) kwamen foto’s, dia’s en glasplaten in de collectie terecht.

In de collectie bevinden zich ook enkele fotoreeksen (van Lieven Nollet en Sébastien Van Malleghem) over mensen die in de forensische psychiatrie zijn opgenomen.

Ideeën, onderzoek en therapie

De basis van het museum is een geschiedenis van ideeën. De belangrijkste dragers in het verspreiden van wetenschappelijke en theoretische kennis zijn boeken, pamfletten, artikelen en thesissen. De bibliotheek vormt in die zin dus de kern van de ideeën die in tijdelijke tentoonstellingen en in de collectiepresentaties aan bod komen. Sinds het ontstaan van het museum is deze deelcollectie op zeer uiteenlopende manieren uitgebreid. Het verzamelbeleid is gericht op standaardwerken uit de geschiedenis van de neurowetenschappen, psychiatrie, psychologie, psychoanalyse, (ortho)pedagogie, verpleegkunde, medische wetenschappen, filosofie, farmacologie, didactische en literaire werken en secundaire literatuur die handelt over de geschiedenis van bovenvermelde wetenschappelijke disciplines. Verder bestaat de bibliotheek ook uit een uitgebreide tijdschriftenreeks over psychiatrie en in grotere mate neurologie.

De grootste deelcollectie is het fonds Jacques Schotte, dat bestaat uit vermoedelijk 40.000 boeken, tijdschriften, dissertaties en artikels. Schotte was een Belgische psychiater en psychoanalyticus. Hij was een sleutelfiguur in de omgeving van Jacques Lacan en verzamelaar van historisch belangrijke en oorspronkelijke werken over geneeskunde en psychiatrie in het bijzonder. Zo bevinden zich in zijn collectie unieke uitgaven van onder meer Hippocrates, Galenus, Avicenna en Athanasius Kircher, maar ook primaire literatuur over psychiatrie die het einde van de achttiende eeuw tot de volledige negentiende eeuw overspant. Daarnaast is zijn collectie een afspiegeling van de geboorte van de psychoanalyse, dieptepsychologie en dynamische psychologie.

Ook de bibliotheek van de Nederlandse psychiater Jan Hendrik van den Berg is van groot belang. Hij liet niet alleen een bibliotheek met een cultuurhistorische insteek na, maar ook een herbarium. De classificatiesystemen die hij voor zijn herbarium hanteerde, kunnen zonder meer teruggeleid worden naar de classificatiesystemen in de psychiatrie waarover Van den Berg onder andere heeft geschreven.

Ook verpleegkundig materiaal vormt een groot deel van de collectie: van ziekenhuisbedden over rolwagens tot bedpannen. De geschiedenis van de psychiatrie is immers verbonden met die van de verpleegkunde. Zo schakelde Jozef Guislain in Gent de Broeders van Liefde in, die de (psychiatrische) verpleegkunde al snel als specifieke discipline op zich namen.

Persoonlijk verhaal

De medische registers en persoonlijke dossiers behoren tot de directe geschiedenis van de instelling. Vanaf het ontstaan van de psychiatrie werden rudimentaire registers bijgehouden. In het begin werd summier melding gemaakt van wie er onderdak kreeg, later werden ze op aangeven van Jozef Guislain aangevuld met meer informatie.

De kunstcollectie van het Museum Dr. Guislain is zeer gevarieerd en telt verschillende deelcollecties. Het grootste deel van de collectie bestaat uit zogenaamde ‘outsiderkunst’. De term Outsiderkunst refereert aan de titel van een boek dat door de Britse kunsthistoricus Roger Cardinal in 1972 werd uitgegeven en verwijst naar werk gemaakt door kunstenaars die buiten het reguliere kunstcircuit werken. Hoewel er vandaag musea zijn voor outsiderkunst, gespecialiseerde galeries en ook beurzen en veilingen, klinkt al lange tijd het verlangen om outsiderkunst te laten opgaan in de hedendaagse kunsten. Ook de term zou daarbij verdwijnen omwille van het stigmatiserende karakter ervan. Het Museum Dr. Guislain laat de term voorlopig niet vallen, maar gaat er wel omzichtig, spaarzaam en met duiding mee om. Het is een onderzoek en debat dat verder wordt gevoerd. Een visie die de laatste jaren internationaal meer te horen is, streeft er in de eerste plaats niet naar de term ‘outsiderkunst’ te laten vallen, maar wil onze visie van wat kunst is verruimen. Wat als kunst beschouwd wordt, wordt al enkele eeuwen door een westerse blik bepaald. Deze blik is gelukkig langzaamaan aan het uitbreiden naar andere culturen en ook naar minderheidsgroepen. Ook vrouwelijke kunstenaars krijgen meer en meer een podium. Op die manier zou outsiderkunst zijn eigenheid (die ze ontegensprekelijk heeft) kunnen behouden in een kunstwereld die opener en meer divers aan het worden is.

Museum Dr. Guislain bezit ook een eigen outsiderkunstcollectie, die permanent uitgebouwd wordt via aankopen of schenkingen. Zo werden werken aangekocht afkomstig uit het kunstatelier La Pommeraie en werd werk geschonken van kunstenaars als Dirk Martens en Sylvain Cosijns.

Bovendien beschikt het museum nog over andere collecties in langdurige bruikleen zoals de collectie Guus Maris (werken van Tim Brown) of de collectie Piet Slijkerman (werken van Luiz de Figueiredo). Het heeft daarnaast ook werken uit Galerie Herenplaats, Créahmbxl en La S Grand Atelier in langdurige bruikleen, maar ook collecties van kunstenaars zoals Francis Marshall, Gerard van Lankveld enz. De collectie werd tijdens de vorige beleidsperiode ook aangevuld met een schenking van de Collectie Speelhoven (geschonken door Vincent Halflants). Deze werken ontstonden in het atelier van de psychiatrische ziekenhuizen van Tienen en Diest. Kunstenaar Vincent Halflants leidde dit atelier. Ook de langdurige bruikleen van de collectie PsycArt is hier van belang. Deze collectie van een vierhonderdtal werken werd door Lundbeck aangekocht in kunstateliers voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking.

Het Museum Dr. Guislain heeft een aantal verzamelingen van beeldend werk, gemaakt tijdens creatieve therapie, in zijn collectie. Ze geven een beeld van deze praktijk zoals die in verschillende psychiatrische ziekenhuizen en in verschillende periodes doorheen de tijd plaatsvond en nog steeds plaatsvindt. De creatieve therapie is een non-verbale therapievorm en kan deel uitmaken van de behandeling van de psychiatrische patiënten. Deze therapie maakt gebruik van beeldende kunst, dans, drama en muziek. Zo geven de werken gemaakt in de creatieve therapie tijdens de jaren 1970 in het psychiatrisch ziekenhuis Caritas te Melle een mooi beeld van de vruchtbare periode toen Dirk Pauwels er als creatief therapeut actief was. Ook is de collectie Speelhoven een mooie illustratie van een afgesloten periode waarin één creatief therapeut, Vincent Halflants, met veel zorg een collectie bijeenbracht. Een selectie uit deze collectie werd voor het eerst publiekelijk getoond in de belangrijke en baanbrekende tentoonstelling Open Mind van Jan Hoet (1989) in het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst. Voor het eerst werden toen enkele werken uit psychiatrie in dialoog getoond met mainstream en internationaal gelauwerde kunstenaars als Warhol, Beuys en anderen. Open Mind toont zich daarmee als een historische kentering op vlak van curatorial practices. Maar hoewel het Museum voor Hedendaagse Kunst na de expo enkele belangrijke sleutelwerken tot haar collectie heeft kunnen rekenen, hebben wij het enkel aan figuren als Vincent Halflants te danken dat de werken uit psychiatrie veilig bewaard zijn gebleven en een onderkomen hebben gekregen in het Museum Dr. Guislain.

Eenzelfde verhaal geldt voor de collectie van Sint-Kamillus Bierbeek. Enkele werken die destijds door curator van het Museum voor Hedendaagse Kunst Gent, Bart De Baere, getoond zijn uit de instelling in Bierbeek, zijn niet in de collecties van S.M.A.K. geraakt, maar wel een historisch belangrijk onderdeel van het Museum Dr. Guislain. Onderzoek van de eigen collectie is daarom van groot belang om ook de nationale en internationale kennis binnen Curatorial Studies te blijven uitdagen, zeker nu de nieuwe en internationale tendens om outsiderkunsten de kop opsteekt. Een collectie als Speelhoven of Sint Kamillus, bewijzen zo hun belang als cultureel erfgoed des te meer.

Nauw verwant is de collectie creatieve therapie uit het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Annendael in Diest. Met dit PZ zijn gesprekken bezig om de integrale collectie, die binnenkort omwille van onder andere plaatsgebrek op de container dreigt te belanden, over te brengen naar Gent. Naast werk gemaakt in creatieve ateliers (specifiek in ateliers geleid door een kunstenaar en met een specifieke eigen visie) verzamelt het museum ook werk uit kunstateliers voor mensen met een verstandelijke beperking. In de volgende beleidsperiode wil het museum onderzoek verrichten naar de geschiedenis van deze Belgische ateliers. Dit wordt een focus in ons verzamelbeleid.

De outsiderkunstcollectie telt werk van onder meer de volgende kunstenaars, waaronder namen behorend tot zowel de internationale canon als de jongere generatie: Adolf Wölfli, André Robillard, Oswald Tschirtner, August Walla, Madge Gill, Rosemarie Koczy, Francis Marshall, François Burland, Martha Grunenwaldt, Michel Nedjar, Willem van Genk, Gerard van Lankveld, Irène Gerard, Pascal Leyder, Jean-Michel Wuilbeaux, Oscar Haus, Pascale Vincke, Paul Duhem, Roy Wenzel, Sylvain Cosijns, Tim Brown, Alexis Lippstreu, Dirk Martens, Roger Angeli…

Sommige collectiestukken laten zeer direct de patiënt aan het woord. Zo werden enkele jaren geleden tijdens verbouwingen in een van de museumruimtes allerhande briefjes van patiënten gevonden. Deze kleine, gevouwen stukjes papier (van sigarenbandjes of chocoladerepen) staken in de kieren en barsten van de houten balken in een van de zalen van het oude Guislaingesticht. Ze dateren vermoedelijk van de jaren 1960. Op de achterzijde staan verschillende boodschappen in hetzelfde handschrift, maar de naam van de auteur ontbreekt. In de collectie zijn ook enkele dagboeken van patiënten opgenomen (Ank van Pagée, Frits Gramberg, René de Cock…). Ze geven een verrassende en interessante inkijk in hun leven.

Kunst

Recente schenkingen

Instellingsleven

Voor het museum bestond, werd al een deel van de collectie bewaard binnen de muren van het P.C. Guislain en bij bepaalde gelegenheden tentoongesteld. Enkele objecten vormen het symbolische hart van de collectie. Het gaat om historische objecten, zoals de boeien uit het Gerard de Duivelsteen en de boeken van Jozef Guislain, die de lokale, Gentse geschiedenis van de psychiatrie vertellen.

Een van de belangrijkste collectiestukken is het monument, de bakermat van de Belgische psychiatrie. Voor veel bezoekers is de eerste aanblik van het historische gebouw adembenemend. Ze zijn niet alleen onder de indruk van de architectuur en de opvallende inplanting, maar ook en vooral geeft de aanblik van het oude gesticht hen onmiddellijk handvaten om een geschiedenis van de psychiatrie beter te begrijpen. Het gebouw en haar site zijn een afspiegeling van tweehonderd jaar geschiedenis, van een langdurig proces ter erkenning van psychiatrie en het doorbreken van taboes.