De gebouwen op de guislainsite kennen een boeiende geschiedenis.
Petrus Jozef Triest (1760-1836) sticht in het begin van de negentiende eeuw de congregaties van de Zusters van Liefde en van Broeders van Liefde, en later ook de orde van de Broeders Sint-Jan-De-Deo en de Zusters Kindsheid Jesu. Met de Zusters en de Broeders van Liefde slaagt hij erin de mensonterende situatie in de toenmalige Gentse krankzinnigengestichten Hospice n°8 en het Geraard de Duivelsteen ingrijpend te wijzigen.
Voor de oprichting van een nieuw gesticht stelt Guislain verschillende voorwaarden. Voor Guislain moet de architectuur een veruitwendiging zijn van de visie op de behandelingswijze van de geesteszieken. Ter inspiratie voor de bouw van dit gesticht maakte hij verschillende reizen. Veel elementen uit zijn gepubliceerde reisverslagen zijn er dan ook in terug te vinden.
Het belang dat Guislain hecht aan de ruimten waarin de patiënten wonen, sluit aan bij zijn morele therapie waarin de opname in een instelling als een belangrijke therapeutische factor beschouwd wordt.
Joseph Guislain
Het hospitaal is het eerste echte krankzinnigengesticht in ons land en geldt als een modelinrichting. Guislain wordt de eerste bestuurder van het gesticht dat in 1857 in gebruik wordt genomen. Hij maakte zelf maar heel kort de realisatie en ingebruikname van het gebouw mee, aangezien hij al in 1860 overleed. Zijn opvolgers werden snel geconfronteerd met de specifieke eisen van hun tijd. Het gebouw werd daarom sinds de eerste steenlegging herhaaldelijk aangepast. Na twee branden in 1928 werden er structurele aanpassingen gedaan. Ook werden de kapel en de watertoren gebouwd.
Het nieuwe gebouw, ontworpen in samenwerking met Adolphe Pauli, moet gebouwd worden buiten de stad, in een rustige omgeving. Het oorspronkelijke grondplan getuigt van de harmonieuze wisselwerking tussen architect en arts. Het complex gebouwen is opgetrokken in een eclectische stijl met vermenging van neoromaanse, neogotische en neorenaissancistische elementen. In de vensters werd gebruik gemaakt van ijzeren ramen en borstweringen, die zowel een decoratief als functioneel effect beoogden.
Het imposante complex met het huidige Museum Dr Guislain, Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain en het Vormingscentrum Dr. Guislain, wordt in 1857 voltooid als het Hospice pour hommes aliénés, een realisatie waarmee Gent internationaal in de kijker loopt. Wat dan geroemd wordt als een grote stap in de humanitaire behandeling van psychisch zieken, zal in de volksmond ‘het Guislaingesticht’ worden. De geschiedenis van deze plek is dan ook nauw verbonden met het wel en wee van psychiatrie als medisch maar ook als maatschappelijk fenomeen.
Het oude psychiatrisch centrum is niet enkel architecturaal waardevol maar is ook een unieke getuige van een hoofdstuk in de geschiedenis van de waanzin. Het gehele complex wordt dan ook in 1999 door de Vlaamse Gemeenschap erkend als monument, waardoor het haar historisch gelaat uit 1930 heeft behouden. Zo werden bijvoorbeeld een aantal ramen gerestaureerd, rekening houdend met het oorspronkelijke idee van Guislain (decoratief raamwerk met ingewerkte ijzeren spijlen als alternatief voor tralies) en werd een isolatiekamer uit de jaren 1980 nog in originele staat behouden.
Hij benoemt in dat opzicht de jonge geneesheer Joseph Guislain (1797-1860), die met zijn vooruitstrevende en bekroonde studies naam had gemaakt, tot hoofdgeneesheer van de beide Gentse krankzinnigengestichten. Daarmee start een vruchtbare samenwerking tussen de twee pioniers van de psychiatrische zorg in België: Triest die vanuit religieuze motieven en met een sterke naastenliefde de zorg aanvangt en Guislain die deze verrijkt en vervolledigt met zijn wetenschappelijk-therapeutische benadering.
Een eerste resultaat van hun samenwerking is een intern reglement voor de instellingen. Het is het eerste in zijn soort en bepaalt hoe op een menswaardige en therapeutisch verantwoorde wijze met de zieken moet worden omgegaan. De morele behandeling doet daarmee zijn intrede in de Nederlanden. Krankzinnigen worden beschouwd als zieken, het reglement pleit voor zo weinig mogelijk geweld en schrijft ook arbeidstherapie voor.
Diezelfde uitganspunten vormen de basis voor de wet op de krankzinnigenzorg die Guislain met Edouard Ducpétiaux in 1850 opstelt (en tot 1991 het wettelijk kader zal blijven uitmaken). Ook in het ontwerp voor het nieuwe krankzinnigenhospitaal krijgen de therapeutische beginselen van Guislain, deze keer in samenwerking met de Gentse stadsarchitect Adolphe Pauli, een architecturale vertaling.