IDEEËN, ONDERZOEK EN THERAPIE
De basis van het museum is een geschiedenis van ideeën. De belangrijkste dragers in het verspreiden van wetenschappelijke en theoretische kennis zijn boeken, pamfletten, artikelen en thesissen. De bibliotheek vormt in die zin dus de kern van de ideeën die in tijdelijke tentoonstellingen en in de collectiepresentaties aan bod komen. Sinds het ontstaan van het museum is deze deelcollectie op zeer uiteenlopende manieren uitgebreid. Het verzamelbeleid is gericht op standaardwerken uit de geschiedenis van de neurowetenschappen, psychiatrie, psychologie, psychoanalyse, (ortho)pedagogie, verpleegkunde, medische wetenschappen, filosofie, farmacologie, didactische en literaire werken en secundaire literatuur die handelt over de geschiedenis van bovenvermelde wetenschappelijke disciplines. Verder bestaat de bibliotheek ook uit een uitgebreide tijdschriftenreeks over psychiatrie en in grotere mate neurologie.
De grootste deelcollectie is het fonds Jacques Schotte, dat bestaat uit vermoedelijk 40.000 boeken, tijdschriften, dissertaties en artikels. Schotte was een Belgische psychiater en psychoanalyticus. Hij was een sleutelfiguur in de omgeving van Jacques Lacan en verzamelaar van historisch belangrijke en oorspronkelijke werken over geneeskunde en psychiatrie in het bijzonder. Zo bevinden zich in zijn collectie unieke uitgaven van onder meer Hippocrates, Galenus, Avicenna en Athanasius Kircher, maar ook primaire literatuur over psychiatrie die het einde van de achttiende eeuw tot de volledige negentiende eeuw overspant. Daarnaast is zijn collectie een afspiegeling van de geboorte van de psychoanalyse, dieptepsychologie en dynamische psychologie.
Ook de bibliotheek van de Nederlandse psychiater Jan Hendrik van den Berg is van groot belang. Hij liet niet alleen een bibliotheek met een cultuurhistorische insteek na, maar ook een herbarium. De classificatiesystemen die hij voor zijn herbarium hanteerde, kunnen zonder meer teruggeleid worden naar de classificatiesystemen in de psychiatrie waarover Van den Berg onder andere heeft geschreven.
Het museum bezit ook collectiestukken uit het bijzonder onderwijs en focust op instellingen voor kinderen en jongeren met een fysieke en/of verstandelijke beperking (zoals Ebergist de Deyne). Het Koninklijk Instituut te Woluwe, sinds 1835 actief voor blinde en dove kinderen, is een belangrijke instelling; het museum bewaart er onder meer een eerste, unieke druk van werken van Louis Braille en een braillewereldbol. Verder omvat de collectie het Fonds CAW Paul Ooms, met pamfletten, boeken en tijdschriften over de Belgisch/Vlaamse hygiënische beweging.
Vanaf de start van het Hospice Guislain werd personeel opgeleid. De Broeders van Liefde richtten zich sterk op onderwijs en publiceerden het tijdschrift Ziekenverpleging (later Psychiatrie & Verpleging). Onderwijs bracht onderzoek voort, vertegenwoordigd in de collectie via anatomische modellen, didactische wandplaten, leermodellen en testmateriaal. Belangrijk zijn de hersenplaatjes en de hersensnijmachine van Prof. André Dewulf, die in Sint-Kamillus Bierbeek een polytoom bouwde voor neuroanatomisch onderzoek. Met dit zelfgemaakte apparaat werden fijne hersencoupes gesneden en microscopisch bestudeerd. Onderzoek werd ook op film vastgelegd en soms gebruikt voor onderwijs; voorbeelden hiervan zijn eveneens aanwezig in de collectie.
Doorheen de ontwikkeling van de psychiatrie liepen ideeën, onderzoek en therapie vaak samen, waardoor therapeutisch materiaal een belangrijk deel van de collectie vormt. Het museum verzamelt objecten uit verschillende periodes, waaronder medisch instrumentarium uit de late negentiende en twintigste eeuw: trepanatietoestel, elektroshocktoestellen, hersensnijmachine, dwangjakken, hydrotherapiebad en instrumenten voor neurologische en somatische ingrepen. Topstukken zijn een negentiende-eeuwse frenologische schedel en dwangmiddelen uit het ‘Mansweesenhuys’.
Hersensnijmachine van Prof. Dewulf
Daarnaast omvat de collectie veel verpleegkundig materiaal, zoals ziekenhuisbedden, rolwagens en bedpannen, verwijzend naar de nauwe band tussen psychiatrie en verpleegkunde. Jozef Guislain werkte in Gent met de Broeders van Liefde, die de psychiatrische verpleegkunde als aparte discipline ontwikkelden.
Vanaf de twintigste eeuw werd farmacologie de belangrijkste hulpwetenschap. Sinds de jaren 1950 produceren farmaceutische bedrijven steeds verfijndere geneesmiddelen die psychische symptomen en syndromen neutraliseren of draaglijker maken.